Een grondkabel

Termen, eenheden en formules

In de artikelen over elektrotechniek gebruiken we termen voor de eenheden, zoals stroom, spanning en vermogen. Lees hier waarom en de redelijk eenvoudige formules die ze een verband geeft.

Voorwoord.

Stel! U werk bij een garagebedrijf. Er komt een klant die vraagt: “Wat is de snelage van deze auto?” Of iemand komt voor een reparatie en zegt: “Het temperaturage loopt op.”

Dat klinkt vreemd, nietwaar? In mijn oren net ze vreemd als: wattage, voltage en amperage.

Eenheden.

Een eenheid -laten we bij temperatuur blijven-, heeft een naam (temperatuur), de maateenheid zelf (Celsius), een symbool of letter om dat af te korten (C), een waarde (30 graden) en een letter of symbool om het in een formule te gebruien (t)

In de elektrotechniek is dat niet anders. Als we de termen stroom, spanning en vermogen bekijken, dan zijn dat eigenlijk woorden die we goed kennen. Voorbeelden:

  • Er stroomt water uit de kraan.
  • Ik heb het vermogen blogs te schrijven.
  • De bandenspanning is te laag.

Ziet u? Geen ingewikkelde dingen. Laten we deze analogieën verder uitdiepen.

Stroom.

We zeggen: “Er loopt een stroom.” Dat kan water zijn, in de elektrotechniek zijn het elektronen.  De maateenheid is Ampère, genoemd naar de uitvinder.  Dit is af te korten met de hoofdletter “A” en in formules gebruiken we “I”

Er loopt een stroom door deze draad is helemaal juist. Er staat stroom op deze draad -hoe vaak we het ook gebruiken- is onjuist gebruik.

Spanning.

We zeggen: “Er staat spanning op de band”. In dat geval gaat het om luchtdruk. Het is ook de druk die elektronen uitoefenen op een draad. Als deze druk te hoog wordt zal het  ontsnappen. (Een vonk) De maateenheid is Volt, eveneens naar de uitvinder. Het is af te korten met de hoofdletter “V” en in formules gebruiken we “U”.

Er staat een spanning op de draad van 230 Volt.

Vermogen.

Het vermogen om iets te presteren. Hier is het oppassen! Er is een verschil tussen het geleverde vermogen en het opgenomen vermogen. (Of het gevraagde vermogen)

Als ik probeer iets te presteren wat boven mijn vermogen ligt? Dan raak ik overbelast.

De maateenheid voor vermogen is Watt, wordt afgekort met de letter “W”, in formules gebruiken we “P”.

Juist:

  • Een 16 Ampère zekering kan maximaal 3680 Watt vermogen leveren.
  • Deze kachel neemt 1800 Watt vermogen op.

Vermogen is geen maat voor energie, dat wordt het pas als we het meten over een bepaalde tijd. Bijvoorbeeld een uur. Een bekende is het verbruik van 1000 Watt in 1 uur. De Kilowatt/uur (Kw/h)

Eenvoudige formule.

Formule driehoek Stroom, spanning en vermogen.
Formule driehoek

Een formule driehoek. Leg een vinger op de waarde die u wilt berekenen.

Het antwoord blijft zichtbaar.

 

 

Voorbeeld 1: U sluit een kachel aan en meet dat er een stroom loopt van 10 Ampère. Het opgenomen vermogen is dan:

P = U * I

P = 230 Volt * 10 Ampère

P = 2300 Watt

Voorbeeld 2: Op de kachel staat dat het 1500 Watt vraagt. Wat is de lopende stroom?

U = P / I

U = 1500 Watt / 230 Volt

U = 6,52 Ampère

Een 16 Ampère zekering kan maximaal 3680 Watt vermogen leveren.

P = U * I

P = 16 Ampère * 230 Volt

P = 3680 Watt

Gelijkspanning en wisselspanning.

We kennen twee vormen van spanning: wissel en gelijkspanning. De accu in een auto levert gelijkspanning, deze heeft een positieve en een negatieve pool.

Op het wandcontactdoos staat een wisselspanning, deze wisselt 50 keer per seconde de polen om. Het verloop van die wisselingen hebben de vorm van een sinus. In een grafiek ziet dat er zo uit:

Wisselspanning grafiek
Bron: Wikipedia

Merk op dat de toppen en dalen doorlopen tot + en – 325 Volt. We zeggen hier: “De effectieve spanning is 230 Volt” Tenslotte is deze ook vaak nul. Zie het als de gemiddelde spanning.

Er is voor deze vorm van spanning gekozen omdat het veiliger is en omdat het zich omhoog en omlaag laat brengen met een transformator.

 

Meer in de rubriek “Elektrotechniek”:

2 gedachten over “Termen, eenheden en formules”

Reacties zijn gesloten.